Lineair
Dalende maandlast
Bruto maandlast bij de start
- Halverwege
- € 2.093 p/m
- Laatste maand
- € 1.310 p/m
- Totale betaalde rente
- € 282.783
- Totale aflossing
- € 470.000
- Totale betalingen
- € 752.783
Je lost iedere maand hetzelfde bedrag af. Daardoor daalt de schuld in gelijke stappen en wordt je bruto maandlast steeds lager.
Bij een lineaire hypotheek deel je het hypotheekbedrag door het aantal maanden. Dat is je vaste maandelijkse aflossing. Daarbovenop betaal je rente over de schuld die aan het begin van de maand nog openstaat.
De eerste maand is bij gelijkblijvende rente het duurst. Daarna betaal je iedere maand iets minder rente. De aflossing blijft gelijk, dus de totale bruto betaling daalt. Hieronder zie je zowel die daling als de resterende schuld.
Alles rekent direct mee · Voor elke vorm hetzelfde bedrag, dezelfde rente en looptijd
Dalende maandlast
Bruto maandlast bij de start
Bruto bedragen bij een gelijkblijvende rente; de schuld is het bedrag na betaling.
| Jaar | Rente | Aflossing | Totaal | Schuld na betaling |
|---|---|---|---|---|
| 1 | € 18.513 | € 15.667 | € 34.179 | € 454.333 |
| 2 | € 17.886 | € 15.667 | € 33.553 | € 438.667 |
| 3 | € 17.259 | € 15.667 | € 32.926 | € 423.000 |
| 4 | € 16.633 | € 15.667 | € 32.299 | € 407.333 |
| 5 | € 16.006 | € 15.667 | € 31.673 | € 391.667 |
| 6 | € 15.379 | € 15.667 | € 31.046 | € 376.000 |
| 7 | € 14.753 | € 15.667 | € 30.419 | € 360.333 |
| 8 | € 14.126 | € 15.667 | € 29.793 | € 344.667 |
| 9 | € 13.499 | € 15.667 | € 29.166 | € 329.000 |
| 10 | € 12.873 | € 15.667 | € 28.539 | € 313.333 |
| 11 | € 12.246 | € 15.667 | € 27.913 | € 297.667 |
| 12 | € 11.619 | € 15.667 | € 27.286 | € 282.000 |
| 13 | € 10.993 | € 15.667 | € 26.659 | € 266.333 |
| 14 | € 10.366 | € 15.667 | € 26.033 | € 250.667 |
| 15 | € 9.739 | € 15.667 | € 25.406 | € 235.000 |
| 16 | € 9.113 | € 15.667 | € 24.779 | € 219.333 |
| 17 | € 8.486 | € 15.667 | € 24.153 | € 203.667 |
| 18 | € 7.859 | € 15.667 | € 23.526 | € 188.000 |
| 19 | € 7.233 | € 15.667 | € 22.899 | € 172.333 |
| 20 | € 6.606 | € 15.667 | € 22.273 | € 156.667 |
| 21 | € 5.979 | € 15.667 | € 21.646 | € 141.000 |
| 22 | € 5.353 | € 15.667 | € 21.019 | € 125.333 |
| 23 | € 4.726 | € 15.667 | € 20.393 | € 109.667 |
| 24 | € 4.099 | € 15.667 | € 19.766 | € 94.000 |
| 25 | € 3.473 | € 15.667 | € 19.139 | € 78.333 |
| 26 | € 2.846 | € 15.667 | € 18.513 | € 62.667 |
| 27 | € 2.219 | € 15.667 | € 17.886 | € 47.000 |
| 28 | € 1.593 | € 15.667 | € 17.259 | € 31.333 |
| 29 | € 966 | € 15.667 | € 16.633 | € 15.667 |
| 30 | € 339 | € 15.667 | € 16.006 | € 0 |
De aflossing is hier elke maand € 400.000 gedeeld door 360. Alleen het rentedeel verandert. De laatste maand betaal je nog rente over het laatste stukje schuld, plus de laatste aflossing.
| Hypotheekvorm | Eerste maand | Laatste maand | Totale rente | Eindschuld |
|---|---|---|---|---|
| Lineair | € 2.444 | € 1.115 | € 240.667 | € 0 |
Je begint direct met de gemiddelde aflossing die nodig is om de hele lening binnen de looptijd terug te betalen. Bij annuïteiten is die aflossing aanvankelijk kleiner. Daardoor is de eerste lineaire betaling bij dezelfde positieve rente hoger.
Een hogere beginlast vraagt meer ruimte in je maandbudget. Later daalt de betaling, maar dat zegt op zichzelf niets over toekomstige inkomsten of andere woonkosten. De tool vergelijkt alleen het verloop van de hypotheek.
De maandweergave toont per betaling rente, aflossing, totaal en de schuld daarna. De jaarweergave telt de betalingen binnen elk jaar op en toont de schuld na de laatste betaling van dat jaar. Een jaarbedrag is dus geen maandlast.
De schuld daalt in dit model rechtlijnig. Na de helft van de looptijd is de helft afgelost. Een andere rente verandert de rentebetalingen, maar niet de vaste aflossing bij dezelfde hoofdsom en looptijd.
Bij een vaste positieve rente daalt de maandlast iedere maand. Als de rente in werkelijkheid tussentijds stijgt, kan die daling worden onderbroken.
Deel de oorspronkelijke hoofdsom door het aantal maanden. Bij 30 jaar zijn dat 360 maanden. De rente komt bovenop dit aflossingsbedrag.
Bij dezelfde positieve rente, hoofdsom en looptijd daalt de schuld met lineair eerder. Je betaalt daardoor over een kleiner uitstaand bedrag rente.
Aflossing per maand = hoofdsom / aantal maanden. Rente per maand = schuld vóór betaling × jaarrente / 12. De maandlast is de som van die twee bedragen. Na betaling trekken we de aflossing van de schuld af.
We rekenen elke maand met de jaarrente gedeeld door 12 en betaling aan het einde van de maand. De rente blijft de hele looptijd gelijk. Belastingen, hypotheekrenteaftrek, verzekeringen en overige woonlasten zijn niet meegenomen. Intern ronden we niet tussentijds af; de weergave is afgerond op hele euro’s.
Deze vergelijking toont bruto hypotheeklasten. Belastingen, hypotheekrenteaftrek en overige woonlasten zijn niet meegenomen. Deze tool is uitsluitend bedoeld ter illustratie en educatie en vormt geen persoonlijk financieel of hypotheekadvies. Werkelijke voorwaarden en fiscale gevolgen kunnen per situatie en geldverstrekker verschillen.